Stichting Biologische Tuinders Limmel

STATUTEN

Statuten der stichting
Akte van oprichting

J.H.L. Kerckhoffs, notaris te Maastricht

Afschrift der akte van oprichting van de Stichting Biologische Tuinders Limmel gevestigd te Maastricht, d.d. 24 april 1985.
_____________________________________________________________________________

Heden, de vier en twintigste april negentienhonderd vijf en tachtig verschenen voor mij, Josephus Hubertus Ludovicus Kerckhoffs, notaris ter standplaats Maastricht:

1. De heer Arnoldus Mathijs Muytjens, chef kok, wonende te 6222 CH Maastricht, Emmausstraat 43, geboren te Maastricht veertien maart negentienhonderd vier en twintig.
2. De heer Antonius Petrus Litjens, Amanuensis, wonende te 6222 CD Maastricht, Jerichostraat 15, geboren te Susteren zes februari negentienhonderddertig,
3. De heer Antonius Hubertus Beckers, vrachtwagenchauffeur, wonende te 6222 BT Maastricht, Judeaweg 51, geboren te Maastricht zeven en twintig april negentienhonderd acht en veertig.

De *comparanten verklaarden bij deze een stichting in het leven te roepen waartoe door de comparanten tot verwezenlijking van het stichtingsdoel wordt bestemd een bedrag van vierhonderd gulden (fl.400,–) en daarvoor de navolgende statuten vast te stellen:

*een comparant is iemand die persoonlijk voor de notaris verschijnt om een akte te ondertekenen.

STATUTEN

NAAM EN ZETEL

Artikel 1

1. De stichting draagt de naam: “Stichting Biologische Tuinders Limmel”.
2. De stichting heeft haar zetel te Maastricht.

DOEL

Artikel 2

1. De stichting heeft ten doel het biologisch amateur tuinieren in de ruimste zin van het woord te bevorderen.
2. De stichting tracht dit doel te bereiken door:
a. het exploiteren van tuincomplexen, die zodanig zijn ingericht, dat zij een permanent karakter dragen;
b. het houden van cursussen, lezingen enzovoort op het gebied van kweken van bloemen en planten, fruit en groenten;
c. het uitgeven en verspreiden van geschriften die voor het doen bevorderlijk zijn;
d. het houden van tentoonstellingen van bij voorkeur door amateurtuiniers gekweekte bloemen, planten, fruit en groenten;
e. het houden van tuinkeuringen en tentoonstellingen;
f. het houden van keuringen van door amateurs gekweekte bloemen, planten, fruit en groenten;
g. andere wettige middelen, die aan het doel van de stichting bevorderlijk kunnen zijn.

DUUR

Artikel 3.

De stichting vangt aan op heden en duurt voort tot haar ontbinding.

BESTUUR

Artikel 4.

1. Het bestuur der stichting bestaat uit tenminste 3 leden.
2. Indien het aantal bestuursleden beneden het gestelde minimum is gedaald, berust het bestuur van de stichting bij de overgebleven bestuursleden of bij het enig overgebleven bestuurslid onder verplichting van het aldus overgebleven bestuur om zo spoedig mogelijk doch bij voorkeur uiterlijk binnen drie maanden, in de vacature(s) te voorzien.
3. De benoeming en de herbenoeming van bestuursleden geschiedt door de zittende leden van het bestuur bij wijze van coöptatie #.
4. Jaarlijks treedt in de jaarvergadering tenminste een/derde der leden van het bestuur af met dien verstande, dat indien het aantal bestuursleden niet door drie deelbaar is het aantal leden van het bestuur wordt geacht gelijk te zijn aan het aantal zittende leden van het bestuur verminderd tot het eerste door drie deelbare getal, welk aftreden geschiedt volgens een door het bestuur op te maken rooster. Is dat rooster niet opgemaakt dan houdt elk bestuurslid zitting tot zijn aftreden volgens een alsnog door het bestuur op te maken rooster dan wel totdat het lidmaatschap op andere wijze is geëindigd.
5. Een conform het bepaalde in lid 4 van dit artikel afgetreden bestuurslid is terstond herbenoembaar.
6. Een tussentijds gekozen bestuurslid neemt op het rooster van aftreden de plaats in van zijn voorganger.

# coöptatie = verkiezing van nieuwe leden door zittende leden.

Artikel 5.

Een lid van het bestuur defungeert (legt zijn functie neer) door:
• overlijden,
• indien hij/zij op enigerlei wijze de vrije beschikking of het vrije beheer over zijn (eigen) vermogen verliest,
• indien hij/zij surseance ** van betaling aanvraagt,
• ontslag neemt, ontslagen wordt door het bestuur, de stichting of door de rechtbank ingevolge het bepaalde in artikel 298 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

** surseance = uitstel van betaling

Artikel 6.

1. Een bestuurslid kan door het bestuur worden ontslagen.
2. Een dergelijk ontslag kan slechts plaats vinden in een speciaal daartoe belegde vergadering, waarin alle leden van het bestuur – eventueel met uitzondering van het betreffende lid – tegenwoordig of vertegenwoordigd zijn en alsdan met een meerderheid van tenminste twee/derde der uitgebrachte geldige stemmen.
3. Indien in de betreffende vergadering niet alle leden van het bestuur tegenwoordig of vertegenwoordigd zijn zal een tweede vergadering worden bijeengeroepen binnen twee weken na de eerste in welke het betreffende besluit genomen kan worden met een meerderheid van tenminste twee/derde der uitgebrachte geldige stemmen, ongeacht het aantal tegenwoordige of vertegenwoordigde bestuursleden.
4. In de in de leden 2 en 3 van dit artikel bedoelde vergadering zal het bestuurslid wiens ontslag aan de orde is op zijn verzoek worden toegelaten om zich te verdedigen. Zodra dit naar het oordeel van de voorzitter ter vergadering genoegzaam heeft plaats gehad, zal bedoeld bestuurslid op verzoek van de voorzitter de vergadering verlaten. Het bedoeld bestuurslid heeft in deze vergadering geen stemrecht en wordt niet medegerekend voor de berekening van het quorum (vereist minimum aantal leden).

DAGELIJKS BESTUUR

Artikel 7.

1. Het bestuur kiest behalve voor de eerste maal uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester.
2. De functies van secretaris en penningmeester zijn verenigbaar in één persoon.
3. De voorzitter, de secretaris en de penningmeester of, zo de functies van secretaris en penningmeester in één persoon zijn verenigd, de voorzitter, de secretaris-penningmeester en een door het bestuur uit zijn midden aangewezen lid, vormen tezamen het dagelijks bestuur der stichting.

TAAK EN BEVOEGHEDEN VAN HET BESTUUR EN HET DAGELIJKS BESTUUR

Artikel 8.

1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting, heeft derhalve de algemene leiding van de zaken en werkzaamheden der stichting, bepaald het beleid der stichting en is bevoegd tot alle daden van beheer en beschikking vallende binnen het doel der stichting.
2. Het bestuur is bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het kopen, *vervreemden of bewaren van registergoederen en tot het sluiten van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt.

*vervreemden = van eigenaar doen wisselen

Artikel 9.

Het dagelijks bestuur heeft de leiding van de dagelijkse zaken en werkzaamheden der stichting. Het is verder belast met de voorbereiding van alle aangelegenheden, die in de vergaderingen van het bestuur dienen te worden behandeld, zomede met de uitvoering van de door het bestuur genomen besluiten.

VERTEGENWOORDIGING

Artikel 10.

De voorzitter en de secretaris, Casu Quo de secretaris-penningmeester, van het bestuur vertegenwoordigen gezamenlijk de stichting in en buiten rechte.

VOORZITTER, SECRETARIS, PENNINGMEESTER

Artikel 11.

1. De voorzitter leidt de vergaderingen van het bestuur en die van het dagelijks bestuur met uitzondering van de vergaderingen welke door twee of meer leden van het bestuur conform het bepaalde in artikel 14 lid 1 zijn opgeroepen, welke vergaderingen worden gepresideerd door een door de desbetreffende vergadering uit zijn midden benoemd lid van het bestuur. Deze vergadering wijst bovendien de persoon aan die de notulen der vergadering zal maken, welke vervolgens door de voorzitter dier vergadering zullen worden vastgesteld en getekend.
2. De secretaris houdt de notulen van alle vergaderingen van het bestuur en van het dagelijks bestuur, behoudens het in lid 1 van dit artikel bepaalde. De notulen worden in de eerstvolgende vergadering voorgelezen, vastgesteld en goedgekeurd ten bewijze waarvan zij door de voorzitter en de secretaris, Casu Quo secretaris-penningmeester, worden ondertekend, behoudens het bepaalde in lid 1 van dit artikel.
3. Afschriften en uittreksels van de notulen leveren tegenover derden bewijs op, indien zij door de voorzitter en de secretaris, casu quo de secretaris-penningmeester, zijn ondertekend, dan wel in het geval aan het slot van lid 1 van dit artikel bedoeld, door de daar bedoelde voorzitter zijn ondertekend.
4. De penningmeester, #casu quo de secretaris-penningmeester voert het beheer over het vermogen der stichting. Hij zorgt voor het incasseren van de aan de stichting toekomende gelden en betaald haar uitgaven en schulden. Hij legt in de jaarvergadering rekening en verantwoording af over zijn in het afgelopen boekjaar gevoerd beheer. Door het besluit tot goedkeuring van deze rekening en verantwoording wordt de penningmeester, #casu quo de secretaris-penningmeester, voor zijn in dat boekjaar gevoerd beheer gekwiteerd en *gedéchargeerd.

* dechargeren = getuigenen van goed bevonden rekening
# c.q. = in dat geval of in het andere geval

Artikel 12.

1. Bij afwezigheid of *ontstentenis van de voorzitter wordt diens functie waargenomen door de secretaris; bij afwezigheid of *ontstentenis van de secretaris, wordt diens functie waargenomen door de penningmeester; bij afwezigheid of *ontstentenis van de secretaris-penningmeester, wordt diens functie waargenomen door het aangewezen lid bedoeld in lid 3 van artikel 7; en bij afwezigheid of *ontstentenis van de penningmeester of het aangewezen lid bedoeld in artikel 7 lid 3 wordt diens functie waargenomen door de secretaris respectievelijk door de secretaris-penningmeester.
2. Bij afwezigheid of *ontstentenis van twee of alle leden van het dagelijks bestuur, worden hun functies waargenomen door de door het bestuur uit zijn midden benoemde leden van het bestuur.
3. De waarnemend secretaris, casu quo de secretaris-penningmeester, de waarnemend penningmeester en het aangewezen lid bedoeld in artikel 7 lid 3, hebben alle bevoegdheden en verplichtingen, die aan de persoon wiens functie zij waarnemen bij deze statuten zijn toegekend, respectievelijk opgelegd.

* Ontstentenis = gebrek

VERGOEDINGEN

Artikel 13.

De leden van het bestuur en van het dagelijks bestuur kunnen vergoeding ontvangen voor kosten en werkzaamheden.

VERGADERINGEN

Artikel 14.

1. Het bestuur vergadert tenminste twee maal per jaar en wel bij voorkeur in de maanden mei en december van elk jaar en voorts zo dikwijls de voorzitter dit wenst of zo dikwijls tenminste twee leden van het bestuur dit wensen.
2. De bij voorkeur in de maand mei te houden vergadering, is de jaarvergadering.
3. De bijeenroeping geschiedt door de voorzitter, en wel schriftelijk met inachtneming van een oproepingstermijn van tenminste vijf dagen, de dag van de oproeping en die der vergadering niet medegerekend. Indien tenminste twee of meer bestuursleden om bijeenroeping hebben verzocht en de voorzitter binnen veertien dagen niet aan dat verzoek heeft voldaan, zijn de verzoekers zelf tot de bijeenroeping bevoegd op de wijze als hiervoor bepaald.
4. Ieder der bestuursleden is bevoegd zich ter bestuursvergadering krachtens ter vergadering over te leggen bewijs van schriftelijke volmacht door een medebestuurslid te doen vertegenwoordigen.
5. Indien alle leden van het bestuur in de vergadering tegenwoordig of vertegenwoordigd zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen, ook zonder dat deze vergadering op de voorgeschreven wijze is bijeengeroepen.
6. Het bestuur kan, mits alle leden van het voorstel in kennis zijn gesteld, voorts ook buiten vergadering door middel van geschriften, en, uitsluitend in spoedeisende gevallen, ook door telefonische raadpleging rechtsgeldige besluiten nemen; zodanige besluitvorming buiten vergadering kan nochtans niet plaats vinden terzake van besluiten als bedoeld in de artikelen 17 en 18 van deze statuten, noch ook, indien één of meer leden bij die raadpleging te kennen mochten geven ter beslissing van het voorstel een vergadering te verlangen.
7. De aldus buiten vergadering plaatsgevonden hebbende besluitvorming wordt door de secretaris, casu quo de secretaris-penningmeester genotuleerd; van de tot stand gekomen besluiten wordt uiterlijk op de eerst volgende vergadering mededeling gedaan.
8. Voor een geldige besluitvorming door het bestuur ter vergadering is – voor zover in deze statuten niet anders is bepaald – vereist, dat de meerderheid der leden van het bestuur tegenwoordig of vertegenwoordigd is; is dit niet het geval, dan wordt een tweede vergadering bijeengeroepen binnen twee weken na de eerste waarin – ongeacht het aantal ter vergadering tegenwoordige of vertegenwoordigde leden – geldige besluiten kunnen worden genomen omtrent de onderwerpen, die op de agenda van de eerste vergadering waren vermeld.

BOEKJAAR

Artikel 15.

1. Het boekjaar der stichting loopt samen met het kalenderjaar.
2. Het eerste boekjaar loopt vanaf heden tot en met een en dertig december (1985).

REGLEMENTEN

Artikel 16.

Het bestuur is bevoegd bij een of meer reglementen de werkwijze van de stichting nader te regelen. Deze reglementen kunnen echter geen bepalingen inhouden, die strijdig zijn met de statuten.

STATUTENWIJZIGING

Artikel 17.

1. De statuten kunnen worden gewijzigd ingevolge een door het bestuur der stichting te nemen besluit.
2. Een besluit tot wijziging van de statuten der stichting kan slechts worden genomen in een bepaaldelijk daartoe belegde vergadering waarin tenminste twee/derde van het aantal bestuursleden tegenwoordig of vertegenwoordigd is en alsdan met een meerderheid van tenminste drie/vierde der uitgebrachte stemmen.
3. Een dergelijke vergadering moet tenminste 20 dagen tevoren schriftelijk worden bijeengeroepen.
4. Indien in een vergadering wegens onvoltalligheid geen besluit als in dit artikel bedoeld, kan worden genomen, zal tussen de zevende en de vijftiende dag na die vergadering bij aangetekend schrijven een nieuwe vergadering bijeengeroepen worden, eveneens met inachtneming van een oproepingstermijn van tenminste twintig dagen, die ongeacht het aantal aanwezige bestuursleden beslist omtrent het in de eerste vergadering aan de orde gestelde met een meerderheid van tenminste drie/vierde der uitgebrachte stemmen.
5. Bij de oproep tot de in dit artikel bedoelde vergadering wordt de tekst van de voorgestelde statutenwijziging gevoegd.
6. In de oproepingstermijn worden de dag van de oproeping en die der vergadering niet medegerekend.

ONTBINDING DER STICHTING

Artikel 18.

1. De stichting kan worden ontbonden ingevolge een door het bestuur der stichting genomen besluit.
2. Op het daartoe te nemen besluit is van toepassing het bepaalde in artikel 17 met dien verstande, dat bij de oproep tot de in dit artikel bedoelde vergadering het voorstel tot ontbinding der stichting behoorlijk dient te worden gemotiveerd.
3. De stichting wordt bovendien ontbonden :
a. door *insolventie nadat zij in staat van faillissement is verklaard of door opheffing van het faillisement wegens de toestand van de boedel;
b. door de rechter in de gevallen in de wet bepaald.

*insolventie = financieel onvermogen = schulden

Artikel 19.

Bij een besluit tot ontbinding der stichting wordt tevens bepaald :
a. de dag waarop de liquidatie ingaat;
b. aan wie de liquidatie en vereffening zal worden opgedragen.

Artikel 20.

Ingeval van ontbinding der stichting zal het eventuele saldo, dat na de liquidatie en vereffening overblijft, worden bestemd voor een doel, hetwelk aan dat dezer stichting naar het oordeel van het bestuur zoveel mogelijk gelijk is, door het bestuur aan te wijzen.

GESCHILLEN

Artikel 21.

Omtrent alle geschillen en meningsverschillen hetzij van juridische, hetzij van feitelijke aard, ook over de uitleg en toepassing van de bepalingen der statuten van de stichting, van de reglementen en van de genomen besluiten, alsmede in onvoorziene gevallen, beslist het bestuur in hoogste ressort.

BESTUURSLEDEN

Artikel 22.

In afwijking van het in artikel 6 bepaalde omtrent de benoeming van bestuursleden en van het in artikel 7 bepaalde omtrent het kiezen van leden van het dagelijks bestuur, treden voor de eerste maal op als bestuursleden, casu quo leden van het dagelijks bestuur :

1. De comparant, de heer Muytjens, sub 1 genoemd als Voorzitter.
2. De comparant, de heer Litjens, sub 2 genoemd als Secretaris.
3. De comparant, de heer Beckers, sub 3 genoemd als Penningmeester.

De comparanten zijn mij, notaris, bekend. Waarvan akte, in minuut is verleden te Maastricht, op de datum aan het hoofd dezer akte vermeld.
Na zakelijke opgave van de inhoud van deze akte aan de verschenen personen, hebben deze eenparig verklaard van de inhoud van deze akte te hebben kennis genomen en op volledige voorlezing daarvan geen prijs te stellen.
Vervolgens is deze akte na beperkte voorlezing door de comparanten en mij, notaris, ondertekend.

A.M. Muytjens; A.P. Litjens; A.H. Beckers; Jos Kerckhoffs.

De originele akte van oprichting is ter inzage aanwezig bij het secretariaat.