Stichting Biologische Tuinders Limmel

HUISHOUDELIJK REGLEMENT

Huishoudelijk reglement
Volkstuincomplex ‘t Brook
Versie 6.2

Zoals elke stichting hebben wij ook een huishoudelijk reglement. Het helpt te begrijpen hoe het leven op de tuin functioneert. Lees het goed door en hou je eraan. Dat voorkomt tal van onnodige botsingen.

ARTIKEL 1 Toewijzing van tuinen

1. Kandidaat tuinders moeten in principe in of in de directe omgeving van Maastricht woonachtig en meerderjarig (18) zijn;
2. Kandidaat tuinders dienen zich aan te melden bij de secretaris van de stichting, waarna zij worden ingeschreven.
3. Het stichtingsbestuur beslist over de toewijzing van de tuinen;
4. Bij toewijzing van een tuin tekenen het stichtingsbestuur en de kandidaat tuinder een huurovereenkomst. Deze huurovereenkomst is in eerste instantie voor 3 maanden geldig. In deze proeftijd moet de tuinder aantonen dit huishoudelijk reglement na te komen. Indien de kandidaat naar beoordeling van het stichtingsbestuur hieraan voldoet wordt de huurovereenkomst van jaar tot jaar doorlopend met in achtneming van lid 11 van dit artikel. De huurbeschermingswet is hierop niet van toepassing;
5. Een tuinder krijgt in beginsel 1 tuin toegewezen. Indien de omstandigheden dit mogelijk maken, kan het stichtingsbestuur meer dan 1 tuin toewijzen met een maximum van 2 tuinen. In uitzonderlijke gevallen, indien er voldoende vrije tuinen zijn, kan een derde tuin worden toegewezen. Deze derde toewijzing is steeds voor de duur van 1 jaar, wordt elk jaar opnieuw bezien en kan worden beëindigd, dat naar beoordeling van het stichtingsbestuur of indien deze derde tuin benodigd is voor een nieuwe tuinder;
6. Wanneer nog geen tuin kan worden toegewezen, wordt de kandidaat tuinder op een wachtlijst geplaatst in volgorde van binnenkomst. Zij zijn dan nog geen tuinder van de stichting en kunnen niet de daaraan verbonden rechten uitoefenen;
7. Wanneer een tuin vrij komt, ontvangt de eerste kandidaat tuinder op de wachtlijst bericht;
8. Geeft de kandidaat tuinder binnen 1 week geen bericht dat hij de tuin wil aanvaarden, dan wordt hij geacht daarvoor geen belangstelling te hebben, en komt de volgende kandidaat tuinder op de wachtlijst voor de tuin in aanmerking;
9. De kandidaat tuinder betaald voor de tuin:
a. Huur voor het eerste jaar;
b. Borg voor de tuin eenmalig;
c. Borg voor de sleutels eenmalig.
10. Tussen de stichting en de kandidaat tuinder wordt een huurovereenkomst opgesteld welke door beide wordt ondertekend. Uitsluitend na contante betaling van de huur, tuinborg en sleutelborg ontvangt de kandidaat tuinder de sleutels van het complex in bruikleen. Tevens een exemplaar van dit reglement in bruikleen.
De tuinborg wordt eventueel benut ter verrekening van de, bij beëindiging van de huur, door de tuinder niet nagekomen verplichtingen;
11. De hoogte van de tuinhuur, tuinborg en sleutelborg wordt, afhankelijk van de financiële situatie van de stichting, per jaar bepaald door het stichtingsbestuur. De huur wordt aangegaan voor een periode van 1 jaar, geldend van 1 januari t/m 31 december, en is zonder opzegging van jaar tot jaar doorlopend. De vooruitbetaling van de tuinhuur moet uiterlijk 1 maart van het betreffende stichtingsjaar in het bezit zijn van de penningmeester, tenzij anders met hem wordt overeengekomen. Betaling dient bij voorkeur te geschieden door overmaking op de rekening van de stichting, uitgezonderd de eerste betaling bij aanvang van de huur zoals vermeld in lid 10. Daarmee wordt de huurovereenkomst met een jaar verlengd.
12. Indien betaling uitblijft zoals vermeld onder lid 11, volgt er een eerste herinnering met daarbovenop extra administratiekosten. Betaling dient dan z.s.m. voldaan te zijn. Als 23 maart nog niet is betaald volgt een tweede en laatste herinnering. Indien op 1 april niet is betaald beschouwd het stichtingsbestuur de huurovereenkomst als opgeheven en volgt een schorsingsbrief en royement volgens artikel 3.
13. Indien de huurovereenkomst vóór 1 juli ingaat is men de volledige tuinhuur verschuldigd. Na 1 juli is men voor dat jaar de helft en na 1 september een-derde van de tuinhuur verschuldigd.

ARTIKEL 2 Opzeggen huur door de tuinder

1. Als een tuinder de huur wil opzeggen, dient dit schriftelijk te gebeuren bij het stichtingsbestuur;
2. Bij huuropzegging door de tuinder kan geen teruggave van de huurprijs plaats vinden;
3. Bij overlijden van de tuinder kan het stichtingsbestuur aan een der erfgenamen voorkeur geven boven de in artikel 1. lid 7 bedoelde kandidaat tuinder, als dit redelijk en billijk is;
4. Binnen 14 dagen na de huuropzegging moeten de aan de tuinder toebehorende goederen, planten en bomen door de tuinder van de tuin verwijderd zijn waarna de tuinborg wordt terugbetaald;
5. Niet verwijderde eigendommen en de tuinborg vervallen aan de stichting na het verstrijken van de in lid 4 vermelde termijn. Het stichtingsbestuur beslist daarna wat er met deze, vanaf dat moment aan de stichting toebehorende goederen gebeurt;
6. Na beëindiging van de huur is de voormalige tuinder verplicht de in bruikleen gegeven sleutels van het complex binnen 14 dagen bij het stichtingsbestuur in te leveren waarna de sleutelborg wordt terugbetaald. Bij niet nakomen van de inleververplichting kunnen gerechtelijke stappen worden ondernomen.

ARTIKEL 3 Opzeggen huur door het stichtingsbestuur

1. De huur kan door het stichtingsbestuur zonder opzeggingstermijn worden opgezegd
(royement), indien de tuinder herhaaldelijk en/of opzettelijk:

a. zijn financiële verplichtingen niet nakomt;
b. handelt in strijd met dit reglement en/of genomen besluiten;
c. zich misdraagt, anderen lastig valt of bedreigd;
d. de stichting benadeelt of zich andermans eigendom toe-eigent;
e. de wet overtreedt.

2. Artikel 3, lid 1 a en b worden uitsluitend toegepast één week na twee schriftelijke waarschuwingen. Hierna kan door het bestuur, voorafgaand aan een royement, een schorsing worden opgelegd.
Artikel 3, lid c t/m e worden zonder waarschuwing toegepast, waarbij eventueel gerechtelijke stappen worden ondernomen;
3. Bij huuropzegging, als bedoeld in lid 1, vindt geen teruggave van de huurprijs plaats.
4. Binnen 14 dagen na de huuropzegging moeten de aan de tuinder toebehorende goederen, planten en bomen door deze tuinder van zijn tuin verwijderd zijn en de tuin opgeruimd worden opgeleverd, waarna de tuinborg wordt terugbetaald;
5. Niet verwijderde eigendommen en de tuinborg vervallen aan de stichting na het verstrijken van de in lid 4 vermelde termijn. Het stichtingsbestuur beslist daarna wat er met deze, vanaf dat moment aan de stichting toebehorende goederen gebeurt;
6. Indien er door het stichtingsbestuur kosten moeten worden gemaakt om de tuin van de voormalige tuinder in goede staat te brengen, in overeenstemming met de bepalingen van dit reglement, kunnen deze kosten ter beoordeling van het stichtingsbestuur teruggevorderd worden bij de voormalige tuinder;
7. Na beëindiging van de huur is de voormalige tuinder verplicht de sleutels van het complex binnen 14 dagen bij het stichtingsbestuur in te leveren waarna de sleutelborg wordt terugbetaald. Bij niet nakomen van de inleververplichting kunnen gerechtelijke stappen worden ondernomen.

ARTIKEL 4 Verplichtingen van de tuinders

1. De tuinders zijn verplicht:

a. de statuten en de reglementen van de stichting evenals de besluiten van de algemene vergadering, ook al waren zij niet aanwezig of vertegenwoordigd op de vergadering, stipt op te volgen;
b. Voor een behoorlijke bewerking van hun tuin zorg te dragen;
c. De tuin vóór het seizoen (uiterlijk 1 april) schoon, onkruidvrij en plantklaar te hebben.
Tuinen die zonder redelijk motief op 1 april van het jaar nog niet zijn bewerkt kunnen door het bestuur aan de huurder worden onttrokken en eventueel, indien er wachtenden zijn, toegewezen worden aan een der kandidaten op de wachtlijst. Er vindt in dat geval geen restitutie plaats van tuinhuur en tuinborg;
d. De bewerking van de grond in principe persoonlijk te verrichten;
e. Ervoor te zorgen dat de tuin onkruidvrij blijft.
Wanneer door ziekte, vakantie of andere omstandigheden de tuin niet kan worden onderhouden, dient dit meteen gemeld te worden aan het bestuur. Ook in deze situatie blijft de huurder verantwoordelijk voor het onderhoud van de tuin. Hij dient zelf te zorgen voor een oplossing voor het onderhoud. Het bestuur is bevoegd in te grijpen als de tuin na twee waarschuwingen nog steeds niet onkruidvrij wordt gemaakt, een en ander volgens lid c.
Voor elke schoonmaakbeurt door het bestuur wordt van het tuinborg-tegoed €2,50 afgeschreven i.v.m. de onkosten. Zou in het uiterste geval de volledige tuinborg worden afgeschreven aan schoonmaakbeurten, dan is de tuinder verplicht opnieuw tuinborg te betalen;
f. De toegangspaden grenzend aan de tuin schoon te houden;
g. Bij het gebruik maken van de kantine deze schoon achter te laten en gebruikt serviesgoed en bestek te reinigen en op te ruimen;
h. Bij het gebruik maken van de WC deze door te spoelen en netjes achter te laten;
i. Tijdens aanwezigheid in het complex en bij het verlaten hiervan de poort met de sleutel af te sluiten;
j. Aanwijzingen van het bestuur of leden van de terreincommissie op te volgen;
k. Plantenziekten, dierenplagen e.d. (coloradokevers) te melden bij het bestuur. Om verspreiding te voorkomen is bestrijding vereist. Chemische middelen zijn niet toegestaan. Wordt de bestrijding niet naar behoren uitgevoerd dan is het bestuur bevoegd in te grijpen.
l. Deel te nemen aan de algemene werkzaamheden t.b.v. de stichting.
Een stichting kan niet goed functioneren zonder vrijwilligerswerk. Het is daarbij de kunst aan te geven wat in alle redelijkheid “verplicht” is. Wij gaan ervan uit dat iedereen naar eigen kunnen een steentje bijdraagt en geloven dat het vragen hiervan ook als redelijk beschouwd kan worden. Bij onze stichting zijn veel tuinders actief als vrijwilliger: in het bestuur, als schoonmakers van de kantine en toiletten, als koffiezetter, als reparateur, als maaier van tuinen, enz. Er is wat groter werk dat incidenteel moet gebeuren en er is kleiner werk dat vaker moet gebeuren. Sommige tuinders zeggen toe dat ze een klus gedurende een bepaalde periode willen doen, andere tuinders melden zich als we een oproep voor een eenmalige klus doen. Het is werk met een grote variëteit en dat allemaal om het tuinieren te ondersteunen en gemakkelijker te maken. Vóór de tuinders, dóór de tuinders. Het welbekende vrijwilligerswerk.

Tuinders die fysiek niet in staat zijn tot het verrichten van werkzaamheden, kunnen ter beoordeling van het stichtingsbestuur (tijdelijk) vrijgesteld worden van hiervan of aangepaste werkzaamheden worden opgedragen.

ARTIKEL 5 Kinderen op het tuincomplex

1. Kinderen van tuinders beneden de leeftijd van 14 jaar mogen niet zonder begeleiding op het tuincomplex aanwezig zijn;
2. De tuinder is altijd verantwoordelijk voor zijn kinderen.

ARTIKEL 6 Verbodsbepalingen

Het is voor tuinders verboden om:

1. bouwwerken zoals huisjes, metalen of houten tuinkassen, prieeltjes of pergola’s te plaatsen. Een en ander overeenkomstig artikel 6 van onze huurovereenkomst met de gemeente Maastricht (zie bijlage 1). Uitgezonderd zijn bouwwerken die vóór 23 juli 2015 zijn gebouwd. Na overleg met de gemeente zijn deze gedoogd. Ten aanzien hiervan het volgende:

a) Tuinders die illegaal een nieuw bouwwerk plaatsen, als bedoeld in dit artikel, zullen worden gesommeerd dit onmiddellijk weer af te breken. Als ze dit weigeren worden ze geroyeerd;

b) Wanneer een huurovereenkomst wordt beëindigd van een tuin met een gedoogd bouwwerk, zoals bedoeld in dit artikel, moet dit bouwwerk geheel worden afgebroken en opgeruimd. De volgende kandidaat tuinder mag dit bouwwerk niet overnemen;

c) Mochten de vóór 23 juli 2015 gedoogde bouwwerken, om wat voor reden
dan ook, toch nog door de gemeente worden afgekeurd en moeten deze worden afgebroken op straffe van een boete, dan zijn alle gevolgen voor de tuinder. Het bestuur c.q. de Stichting acht zich op geen enkele wijze verplicht tot het vergoeden van een boete die door de gemeente wordt opgelegd voor het illegaal plaatsen van een bouwwerk op hun terrein. Een boete is altijd voor verantwoording van de tuinder die dit bouwwerk heeft gebouwd;

2. plastic kweek-, en tuinkassen hoger dan 2.00m, tenten en partytenten te plaatsen;

3. zonder toestemming van het stichtingsbestuur bij de gemeente Maastricht een omgevingsvergunning aan te vragen voor het plaatsen van een metalen of houten tuinkas of anderszins;

4. afscheidingen langs de toegangspaden te plaatsen anders dan omschreven door het bestuur (zie bijlage 3);

5. bij het plaatsen van een poortje dit af te sluiten met: sleutelslot, hangslot met ketting, kabels met cijferslot of anderszins. Alleen een grendel zonder hangslot is toegestaan;

6. hoge afscheidingen tussen de tuinen te plaatsen. Alleen houten paaltjes met draad of lage haagjes van maximaal 50cm hoog zijn toegestaan;

7. voor de afscheidingen (oude) materialen te gebruiken die de aanblik van het volkstuincomplex bederven;

8. de aangebrachte tuinnummering, die eigendom is van de stichting, te verplaatsen of te verwijderen;

9. de tuin als opslagplaats te gebruiken. De tuin moet na de werkzaamheden opgeruimd worden achtergelaten. Overbodige materialen die niet op de tuin thuishoren, zoals hout, metalen, bouw- of elk ander materiaal zijn verboden: Dit naar het oordeel van het bestuur;

10. afval etc. op het complex te verbranden (zie bijlage 2);

11. binnen de tuin of op de paden en binnenplaats te barbecueën of vuur aan te leggen in welke vorm dan ook. Barbecueën op het terras bij de kantine is wel toegestaan;

12. binnen de tuin, op gemeenschappelijk terrein of buiten het volkstuincomplex afval te storten;

13. grond van buiten het complex op de tuin te storten, uitgezonderd compost en potgrond. Dit om het overbrengen van ziekten te voorkomen;

14. palen en dergelijke dieper dan 50 cm in te graven of in te slaan. Dit in verband met onder enkele delen van het terrein gelegen hoogspanningskabels (150.000 volt) en hoofdwaterleiding;

15. een mesthoop te maken;

16. in de Opiumwet verboden gewassen te kweken (cannabis c.q. wiet). Wanneer deze worden aangetroffen, zal het bestuur de gebruikersovereenkomst met onmiddellijke ingang ontbinden en zal de tuinder de toegang tot het complex worden ontzegd;

17. gewassen zodanig te planten dat die overlast geven aan de medetuinders. Hieronder vallen onder meer (mini)fruitbomen en grote struiken korter dan 1,20m van de afscheiding en gewassen die ongecontroleerd woekeren en over de tuin van de buren of de toegangspaden groeien;

18. tegen de tuinafscheidingen planten te laten groeien of gewassen te verbouwen;

19. aardappelen eerder dan na 4 jaar weer op dezelfde plaats te poten of op de gehele tuin elk jaar uitsluitend aardappelen te telen. (Wettelijk besluit van 17 oktober 1991, in verband met bestrijding van aardappelmoeheid);

20. fruitbomen te planten die hoger kunnen worden dan 2 meter (schaduw). Na goedkeuring van het stichtingsbestuur zijn laagstam of mini-fruitbomen wel toegestaan;

21. meststoffen en bestrijdingsmiddelen anders dan biologisch te gebruiken;

22. vee, pluimvee, konijnen, duiven of bijen te houden, mee naar het complex te nemen of te slachten;

23. honden, katten of andere dieren in het complex los te laten lopen of vuil van deze dieren buiten de eigen tuin te laten liggen;

24. ongevraagd of zonder toestemming de tuin van een ander te betreden;

25. anders dan met fiets, aanhangwagen of kruiwagen op de voetpaden te rijden;

26. met een motorvoertuig op de binnenplaats te parkeren behalve voor laden en/of lossen. Uitgezonderd zijn bromfietsen en scootmobielen. Na het laden en/of lossen moet het motorvoertuig onmiddellijk aan de openbare weg worden geparkeerd;

27. de tuin aan derden te verhuren of zonder medeweten van het stichtingsbestuur het gebruik van de tuin onderling te regelen of te wijzigen;

28. in de kantine privé recepties, jubilea, verjaardagen of andere feesten te houden of te overnachten (artikel 10 v.d. huurovereenkomst met de gemeente);

29. op het terrein alcoholhoudende dranken te nuttigen of muziek ten gehore te brengen. Uitgezonderd in de kantine of op het kantineterras bij bijzondere gelegenheden (max. 4x per jaar), zoals open dagen, nieuwjaar, algemene vergaderingen e.d. (artikel 10 v.d. huurovereenkomst met de gemeente);

30. op het terrein handelingen te verrichten welke in strijd zijn met de wet;

31. de tuin beroepsmatig te gebruiken voor het uitoefenen van enige tak van handel of bedrijf;

32. sleutels van het terrein te laten kopiëren en/of aan derden te geven;

33. vertegenwoordigers van de gemeente, Tennet, politie of andere instanties bij controles geen medewerking te verlenen of onbeleefd tegemoet te treden.

ARTIKEL 7 Overlegsituaties

1. Het beleid van de stichting wordt bepaald door het stichtingsbestuur. Omtrent alle conflicten en meningsverschillen van juridische en van feitelijke aard, uitleg en toepassing van de statuten, reglementen, genomen besluiten en in onvoorziene gevallen, beslist het bestuur in hoogste bewind (artikel 8.1 en 21 van de statuten);
2. Het stichtingsbestuur bestaat in beginsel uit drie leden: een voorzitter een secretaris en een penningmeester. Op grond van artikel 7.2 van de statuten zijn de functies van secretaris en penningmeester verenigbaar;
3. Op grond van artikel 4.3 van de statuten geschiedt de benoeming of herbenoeming van bestuursleden door de zittende leden van het bestuur (coöptatie);
4. Voor het vervullen van bestuursfuncties is het stichtingsbestuur bevoegd een kandidaat eventueel naar een Verklaring Omtrent Gedrag (bewijs van goed gedrag) te vragen;
5. Tenminste eenmaal per jaar roept het stichtingsbestuur de tuinders op voor een jaarvergadering. In de jaarvergadering legt de penningmeester verantwoording af (financieel verslag) over in het afgelopen boekjaar gevoerd financieel beheer (jaarrekening) en legt het de tuinders van de stichting voor ter inzage;
Opmerking: voor een kascontrole bij een stichting bestaan geen wettelijke voorschriften. Bij een stichting is controle van de jaarrekening (kascontrole) niet verplicht maar mag wel. Bij gebrek aan commissieleden voor een onverplichte kascontrole, is de jaarrekening ter inzage voorleggen voldoende (Burgerlijk Wetboek 2, art. 300, lid 1 t/m 3).
6. Het stichtingsbestuur wordt terzijde gestaan door een terreincommissie, die uit kandidaten hiervoor wordt aangewezen. Deze terreincommissie ziet erop toe, dat de tuinders van het volkstuincomplex ‘t Brook de voorschriften, betrekking hebbend op het gebruik van het terrein ‘t Brook en geregeld in het Huishoudelijk Reglement, stipt naleven. Zij verstrekt, gevraagd en ongevraagd, adviezen aan de tuinders van ‘t Brook.
Zij is bevoegd tuinders die in gebreke blijven ten aanzien van het Huishoudelijk Reglement hierop zowel mondeling als schriftelijk (e-mail) te attenderen. Een ernstige overtreding begaan door een tuinder van `t Brook en/of een dringende aangelegenheid wordt door de terreincommissie onmiddellijk aan het stichtingsbestuur gerapporteerd. De terreincommissie, zal op van tevoren bekend gemaakte tijden een gezamenlijke inspectie uitvoeren, over de naleving van het onderhoud van de tuinen, paden en afrastering.

ARTIKEL 8 Huishoudelijk reglement

1. Het doel van dit Huishoudelijk reglement is het handhaven van een goed functionerend volkstuincomplex waarbij iedereen rekening met elkaar houdt, maar waar evenzeer de individuele vrijheid gewaarborgd kan blijven. Het primaire doel is dat iedereen in alle rust met plezier op biologische wijze kan tuinieren en volop kan genieten van alles wat ‘t Brook te bieden heeft;
2. In alle gevallen waarin de wet, de statuten of dit Huishoudelijk Reglement niet voorziet, beslist het stichtingsbestuur;
3. Dit huishoudelijk reglement is opgesteld op grond van artikel 16 van de statuten van de stichting welke luidt: “Het bestuur is bevoegd bij een of meer reglementen de werkwijze van de stichting nader te regelen”. Tevens met inachtneming van de huurovereenkomst met de gemeente Maastricht;
4. Iedere tuinder dient in het bezit te zijn van dit huishoudelijk reglement en tekent op de huurovereenkomst mede voor ontvangst hiervan.

ARTIKEL 9 Algemeen

1. De leden van het stichtingsbestuur en de terreincommissie hebben te allen tijde
het recht de tuinen te betreden en te inspecteren;
2. Iedere tuinder is zelf verantwoordelijk voor zijn eigendommen en zijn veiligheid. De tuinder is ook altijd volledig aansprakelijk voor de gedragingen van zijn gezinsleden en bezoekers. Betreden van het volkstuincomplex is op eigen risico;
3. Het stichtingsbestuur en/of de stichting aanvaarden geen aansprakelijkheid voor directe en/of gevolgschade, ontstaan als gevolg van werkzaamheden of andere daden door tuinders die in strijd zijn met de huurovereenkomst met de gemeente Maastricht;
4. Het stichtingsbestuur en/of de stichting aanvaarden geen aansprakelijkheid voor overtredingen door de tuinders van de Wet Milieubeheer of elke andere wet of overeenkomst. Boetes zijn altijd voor tuinders die de overtreding begaan;
5. Een tuinder die van de stichting een tuin in gebruik heeft, wordt geacht de op de tuin aanwezige roerende en onroerende zaken in volledig eigendom te bezitten. Deze roerende en onroerende zaken strekken volledig tot onderpand van de financiële verplichtingen die een tuinder nog tegenover de stichting heeft op het moment dat:

a. de tuinder de huurovereenkomst opzegt;
b. de huurovereenkomst eindigt als gevolg van overlijden;
c. de huurovereenkomst door de stichting wordt opgezegd;
d. de tuinder wordt geroyeerd.

6. Een door de tuinder in bruikleen ontvangen papieren exemplaar van dit Reglement blijft eigendom van de stichting en moet bij opzeggen van de huurovereenkomst bij het bestuur worden ingeleverd.

ARTIKEL 10 Bestuursvergaderingen

1. Bestuursvergaderingen zijn in beginsel besloten. Niet-bestuursleden c.q. derden kunnen slechts op uitnodiging van het bestuur of de voorzitter geheel of gedeeltelijk een bestuursvergadering bijwonen;
2. Uitgenodigde niet-bestuursleden c.q. derden mogen slechts als toehoorder aanwezig zijn;
3. De voorzitter kan niet-bestuursleden c.q. derden het woord geven wanneer het vergaderpunt of de vergaderpunten, waarvoor zij zijn uitgenodigd, wordt/worden behandeld;
4. De voorzitter kan niet-bestuursleden c.q. derden verzoeken de vergadering te verlaten nadat hun vergaderpunt(en) is/zijn behandeld.

Aldus heeft de stichting in haar bestuursvergadering van 12-03-2017 opgesteld en met ondertekening bekrachtigd.

BIJLAGEN

BIJLAGE 1 Artikel 6 uit de Huurovereenkomst met de gemeente Maastricht

De tekst van het artikel :
“Het oprichten van opstallen, plaatsen van rasters en aanbrengen van voorzieningen is niet toegestaan dan met toestemming van en in overleg met de gemeente en met naleving van de ter zake geldende gemeentelijke verordeningen”

Uitleg : Opstallen zijn bouwwerken. Rasters zijn hekwerken.
Betrokken gemeentelijke verordeningen zijn: het Bouwbesluit, de Bouwverordening, het Bestemmingsplan, Kwaliteitsverklaring en de “kanbepaling” Welstandsnota. Voorzieningen zijn bv. leidingwerken.

Reden is dat de gemeente als eigenaar van het terrein automatisch eigenaar wordt van zulke bouwwerken, hekwerken, enz. en verantwoordelijk kan worden gesteld als er ongelukken gebeuren. Ook mede-grondeigenaar Tennet (hoogspanningskabels) verbied bouwwerken te plaatsen zonder toestemming.

BIJLAGE 1A Metalen of houten tuinkassen

Zoals in bovenstaand artikel 6 staat is het dus verboden om zonder vergunning van de gemeente en Tennet (zie bijlage 1B) een metalen of houten tuinkas met kunststof of glazen ruiten op de tuin te plaatsen. Wil de tuinder toch een dergelijk bouwwerk plaatsen dan moet de tuinder hiervoor een zg. omgevingsvergunning aanvragen bij de gemeente Maastricht. De tuinder moet daarvoor het volgende doen:

1. Een aanvraag indienen bij het stichtingsbestuur, samen met een bouwtekening inclusief de maten van het bouwwerk;

Opmerking: In verband met de gemeentelijke verordeningen (zie bijlage 1) worden alleen bouwpakketten eventueel door de gemeente toegestaan dus geen eigen geconstrueerde bouwwerken! (Kwaliteitsverklaring en Welstands-nota);

2. Na toestemming van het bestuur contact opnemen met het Team Vergunnen van de gemeente Maastricht of naar het gemeenteloket gaan. Daar kunnen ze uitleggen hoe een en ander in zijn werk gaat. In ieder geval is hiervoor het volgende nodig: een bouwtekening inclusief de maten van het bouwwerk, een situatietekening (kadaster indien gevraagd) en eventueel een foto. Het adres van de gemeente Maastricht voor vergunningen is:

Gemeente Maastricht
Team Vergunnen Wabo
Postbus 1992
6201 BZ Maastricht

Aanvragen worden altijd getoetst aan de volgende wetten en regels:

Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (WABO), Bouwbesluit, Bouwverordening, Bestemmingsplan, Redelijke eisen van welstand en Bouwregels op voor leiding of hoogspanningsleiding aangewezen gronden (Tennet).

3. Wanneer de gemeente een omgevingsvergunning aan de tuinder verleend en Tennet toestemming geeft voor het plaatsen van een metalen of houten tuinkas moet een kopie van deze vergunning aan het bestuur worden overlegd welke aan de huurovereenkomst zal worden toegevoegd. Het bestuur zal namelijk een overzicht moeten hebben waarin is vastgelegd wie een omgevingsvergunning heeft met alle bijkomende gegevens;

4. Bij opzeggen van de tuin door de tuinder of door het bestuur moet de tuinkas worden gedemonteerd en verwijderd. Hiervan moet de tuinder de gemeente op de hoogte brengen. De omgevingsvergunning is namelijk persoonsgebonden.

Opmerkingen:

a. Tuinders die bij de gemeente een omgevingsvergunning aanvragen voor het plaatsen van een metalen of houten tuinkas, zonder het stichtingsbestuur hiervan op de hoogte te brengen, krijgen van het bestuur geen toestemming voor het plaatsen. T.a.v. het illegaal plaatsen van een tuinkas: zie artikel 6, lid 1a en 3.

b. Het bestuur c.q. de stichting, zal in geen geval een algemene omgevingsvergunning aanvragen, mocht dit al mogelijk zijn. Deze zou namelijk op naam van de stichting komen en dan wordt de stichting voor elk bouwwerk verantwoordelijk. Omgevingsvergunningen blijven altijd persoonsgebonden en voor verantwoording van de tuinders. Ook alle kosten hieraan verbonden zijn voor de tuinders. Hierin zal geen wijziging meer worden aangebracht.

BIJLAGE 1B Tennet

De netbeheerder Tennet is verantwoordelijk voor de aanleg en het onderhoud van het hoogspanningsnet in Nederland. In een stuk grond onder ons tuincomplex liggen hoogspanningskabels die in het jaar 2014 zijn gelegd en in beheer zijn bij Tennet. Vandaar dat zij kunnen bepalen wat er boven hun kabels wordt geplaatst en hoe diep mag worden gegraven, palen mogen worden ingeslagen, enzovoorts. Ter herinnering heeft het bedrijf waarschuwingsborden aan de binnenzijde aan onze omheining gehangen.

BIJLAGE 2 Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Maastricht

Afdeling 5: Verbod vuur te stoken

Artikel 5.5.1.: Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken.

1. Het is verboden in de open lucht vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.

2. Het verbod geldt niet voor zover het betreft:
a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;
b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand;
c. vuur voor koken, bakken en braden, voor zover dat geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert;

3. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

4. De ontheffing kan worden geweigerd:
a. in het belang van de openbare orde en veiligheid;
b. ter bescherming van de woon- en leefomgeving;
c. ter bescherming van de flora en de fauna;
d. ter voorkoming van hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu door rook, roet, stof, walm of stank.

Opmerking t.a.v. lid 2a,b en c: Dit is in ons complex verboden behalve op het terras bij de kantine (zie HHR artikel 6, lid 10).

Zie website:

http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/historie/Maastricht/40110/40110_9.html

De geldboete die de milieupolitie oplegt voor het verbranden van particulier afval is maximaal € 460,00, exclusief € 9,00 administratiekosten (feitcode H 101, Openbaar Ministerie).

BIJLAGE 3 Wat mag er op uw tuin worden geplaatst

Pad(en) van (stoep)tegels
Terrasje van (stoep)tegels (het storten van cement of beton is niet toegestaan)
1 donkergroen geverfde opbergkist
1 compostvat of compostsilo
1 waterton per tuin van 100m2
1 plastic kweekkast of kweektunnel met een losstaand geraamte van kunststof of metaal
De maximale hoogte is 200 cm
1 platte bak van aluminium of hout

Liefst geen afscheidingen langs het toegangspad maar voor degene die dat toch wil:

Afscheiding langs het toegangspad van maximaal 1 meter hoog bestaande uit:
Tuingaas: 100 cm hoog, groen geplastificeerd, rechthoekige mazen, maashoogte 10cm en maasbreedte 7 cm en een draaddikte van 2,5mm.
Buizen: de z.g. staanders, zijn eveneens maximaal 100cm hoog en donkergroen geverfd.
Poortje: max. 100cm hoog, gemaakt van donkergroen geverfde buizen dat alleen mag afgesloten worden met een grendel (zonder hangslot).
Afscheiding tussen de tuinen bestaande uit houten paaltjes van max. 50cm hoog met daarover heen een gespannen draad.
Of een afscheiding van haagplanten van maximaal 50cm hoog en 30 cm breed.

Voorbeelden haagplanten:
Liguster, haagliguster, wintergroene liguster (Ligustrum), zuurbes (Berberis), of hulst (Liex). Opgelet!: geen taxus en kardinaalsmuts wegens de giftige bladeren en wortels.

Het gebruik van prikkeldraad is verboden.