Stichting Biologische Tuinders Limmel

Biologisch

Biologisch tuinieren

Wat is biologisch tuinieren?
Biologisch tuinieren is een manier van gewasverbouw waarbij het natuurlijk bodemleven wordt bevorderd waardoor de vruchtbaarheid van de grond wordt verhoogd. Dit bodemleven is in positieve zin te beïnvloeden door het gebruik van mest en compost.
Ook wordt getracht om zo min mogelijk milieuschade aan te richten.

Dat betekend dus dat er absoluut geen chemische hulpmiddelen gebruikt worden, die niet alleen schadelijk zijn voor de plaagdieren, maar ook voor de nuttige dieren zoals bijen en langer in de bodem aanwezig blijven. Ook voor de mens kunnen deze middelen op de duur gevaarlijk zijn, vooral als te vroeg na een bespuiting wordt geoogst.

Om het gebruik van biologische bestrijdingsmiddelen zoveel mogelijk te voorkomen wordt dikwijls gekozen voor resistente rassen en vruchtwisseling waarbij gewassen minder vaak op dezelfde plaats in de tuin worden geteeld. Er worden vruchtwisselingschema’s van vier tot zeven jaar aangehouden. Soms wordt gekozen voor vroege rassen om plaagdieren, die later in het seizoen actief zijn, te vermijden. Als desondanks toch een plaag of ziekte voorkomt, oogst men soms vroeger. Om de weerstand van de planten te verbeteren wordt overmatige bemesting vermeden.
Als toch biologische bestrijding nodig is zijn de volgende bestrijdingsmiddelen toegestaan (EU-richtlijn):

• Plantaardige bestrijdingsmiddelen
• Zeep
• Minerale olie
• IJzer(III)fosfaat
• Pyrethrine

Er wordt dus op een natuurlijke, niet-kunstmatige wijze verbouwd. Wat men vooral voor ogen heeft is het positieve effect op de menselijke gezondheid. De term biologisch is trouwens een oudere uitdrukking; hedendaags wordt meer de term ecologisch gebruikt.

Ecologisch tuinieren

Ecologisch moestuinieren is een manier van werken waarbij rekening wordt gehouden met alle relaties tussen planten, dieren, mensen en hun milieu op een zodanige wijze dat geen van deze elementen nadeel ervaart. De grondbeginselen van ecologisch zijn de volgende:

• De natuur is het voorbeeld
• Alles wat schade geeft aan het milieu wordt vermeden
• Gezondheid is de beweegreden

De feitelijke uitwerking

De ecologische grondbeginselen leiden tot de volgende feitelijke regels wat betreft bemesting, grondbewerking en gewasbescherming:
1. Bemesting:

. Planten worden in hoofdzaak op organische wijze bemest
. Het bodemleven voedt de planten
. Het is belangrijk de hoeveelheid humus in de grond op peil te houden
. Compost en groenbemesters* worden veel benut
. Snel werkende meststoffen worden niet toegepast
. Overbemesting wordt vermeden

2. Grondbewerking:

. De grond wordt niet dieper dan 15 tot 20cm bewerkt
. Er wordt zo weinig mogelijk gespit (hoogstens een keer per jaar)
. De lagen van de bodem worden zo veel mogelijk gehandhaafd

3. Gewasbescherming:

. Nadrukkelijk gebruik van gezond (biologisch) zaad- en plantgoed
. Verzorging van de grond, geen onkruid
. Preventieve maatregelen zoals vruchtwisseling en resistente rassen
. Aanpassen plant- en zaaischema aan vluchttijden van insecten
. Onkruidbestrijding d.m.v. schoffelen, hakken of wieden
. Gewasbescherming met natuurlijke middelen

Gezonde groenten zijn het resultaat.

H. Honée
Bron: o.a. CMNE